Rijksvaccinatieprogramma
Sinds 1959 is het rijksvaccinatieprogramma (rvp) opgesteld om kinderen in te enten tegen gevaarlijke en soms dodelijke ziektes. De overheid wil alle kinderen in Nederland beschermen.
Het rijksvaccinatieprogramma is niet verplicht. Maar liefst 95% van de ouders laten hun kinderen inenten. Aan de inentingen zijn geen kosten verbonden. De ziekten waartegen ingeënt word waren vroeger de veroorzakers van veel problemen. Sinds het rijksvaccinatieprogramma komen deze ziekten niet of nauwelijks meer voor. De inentingen zijn voor de volgende ziektes: de bof, difterie, hib ziekten, hepatitis b, kinkhoest, mazelen, meningokokken c, pneumokokken, rode hond, polio, rode hond en tetanus. Bijwerkingen zijn niet altijd uit te sluiten. Het ene kind heeft er wel last van en het andere kind niet. De meeste bijwerkingen zijn niet zo heel ernstig. Het kind kan wat hangerig en huilerig zijn en heeft misschien een beetje verhoging. In andere ernstige gevallen verkleuren de benen, heeft het kind langdurig hoge koorts, kan het kind wegvallen en kan het kind stuipjes krijgen. Meestal verdwijnen deze bijwerkingen vanzelf, maar het is natuurlijk wel een angstige ervaring. Jaarlijks sterven er in het buitenland zo’n 300.000 kinderen omdat ze niet ingeënt zijn tegen de mazelen. Vaccineren is dus heel belangrijk. Als ouders besluiten om niet te laten vaccineren wordt hun kind alleen beschermt door groepsimmuniteit.